Monday, 16 April 2018

Versterking Markermeerdijk: Bekijk alternatieven met open vizier

Uit de dijkversterkingsplannen van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) voor de de Markermeerdijk blijkt dat men vrijwel uitsluitend wil versterken in grond. Meer dan 50% van de monumentale dijk wordt geheel of gedeeltelijk afgegraven en daardoor onherstelbaar aangetast. 

Tegen deze plannen zijn dan ook zo’n 150 kritische zienswijzen ingediend. De meest gehoorde klacht is dat er onvoldoende is gekeken naar veilige alternatieven, die het karakter van de dijk minder aantasten. Wat verder opvalt is dat veel bewoners en maatschappelijke organisaties zich niet gehoord voelen. Gedeputeerde Cees Loggen heeft vorige jaar aan Provinciale Staten toegezegd de plannen zorgvuldig te zullen toetsen op de landschappelijke inpassing en de kwaliteit van de participatie. En juist op deze punten voldoet dit Voorlopig Ontwerp Project Plan bij lange na niet.

Het gaat om de oude Zuyderzeedijk aan het Markermeer tussen Amsterdam en Hoorn, die bestaat uit stukken die verschillende historische namen en achtergronden hebben – zoals bijvoorbeeld de “Noorder IJ- en Zeedijk” (Waterland) of “West-Friese Omringdijk” bij Hoorn. De landschappelijke-, cultuurhistorische-, archeologische- en natuurwaarden van deze stukken dijk en omgeving zijn uitzonderlijk en veelal beschermd. In 2011 werd de gehele dijk langs het Markermeer tot Provinciaal Monument verklaard.

Massale verplaatsing van grond
Wat veel bewoners al vreesden werd in het ontwerp bewaarheid: de dijk gaat grondig op de schop. Ruim 50% - op sommige trajecten zelfs ruim 85% van de dijk wordt afgegraven. Men wil ongeveer 20% deels afgraven, verhogen en verbreden, ruim 30% zal geheel worden afgegraven en tientallen meters verplaatst als de plannen doorgaan. De noodzaak van deze rigoureuze oplossing is niet aangetoond en de inzet van innovatieve technieken is nauwelijks overwogen. Bepaalde ingrepen lijken veeleer ingegeven door de wens zogenaamde “meekoppelprojecten” te realiseren zoals een stadsstrand bij Hoorn of een doorlopend provinciaal fietspad van Amsterdam naar Hoorn. De inzet van innovatieve technieken wordt nauwelijks overwogen.


Gebrekkige participatie
HHNK is voor het ontwerp en de uitvoering van de dijkversterking een samenwerkingsverband aangegaan met een aantal aannemingsbedrijven: de Alliantie Markermeerdijken genaamd. Terwijl deze Alliantie bij het Rijk en de Provincie deed voorkomen dat het proces goed verliep in nauw overleg met bewoners- en maatschappelijke groeperingen, voelden deze betrokkenen zich juist niet gehoord. Van overleg was nauwelijks sprake, wel van ‘eenrichtingsverkeer’. Een bewoner zei het zo: “Het hoogheemraadschap staat vooral op zenden”. Tijdens bijeenkomsten was veel belangstelling voor onze e-mail adressen maar van een dialoog was nauwelijks sprake. In Warder kon bijvoorbeeld vrijwel alleen over ganzen gepraat worden. Tijdens zogenaamde “informatiemarkten” waren technische deskundigen dun gezaaid waardoor belangstellende bezoekers slecht ge├»nformeerd konden worden en niet veel wijzer weer naar huis gingen.


Uitdam en Durgerdam
In Uitdam werd de terinzagelegging van het ontwerp-plan niet afgewacht. Hier waren de bewoners goed georganiseerd, zij hadden veel expertise en men beschikte over een goed netwerk. Daar zijn de plannen in 2017 onder leiding van Deltacommissaris Wim Kuijken door een deskundig team samen met de bewoners in een proces van “joint fact finding” nog eens tegen het licht gehouden. En zie: de verregaande plannen van de Alliantie zijn van tafel en een maatwerkoplossing voor Uitdam is gevonden waar iedereen zich in kan vinden. In Durgerdam vindt nu een vergelijkbaar proces plaats.


Fundamentele kritiek van experts
De kritiek van de bewoners is niet verrassend. Al in het begin van de ontwerp-fase kreeg de Alliantie Markermeerdijken zware kritiek over zich heen van deskundigen en waterveiligheids experts. Zo is volgens Professor Bas Jonkman (TU Delft) van het Expertise Netwerk Waterveiligheid het ontwerp ten onrechte gebaseerd op versterking van de dijk met grond. Dat resulteert immers in een onwenselijke verbreding, verhoging en/of verplaatsing van grote delen van het bestaande dijklichaam. Het uitgangspunt, aldus Jonkman, moet juist het behoud van de huidige dijk zijn om vandaar uit naar oplossingen te zoeken. Dijken kunnen ook op andere manieren worden versterkt. De Commissie voor de milieu effect rapportage (m.e.r.) uitte vergelijkbare kritiek. Deze commissie vindt dat mogelijke oplossingen met minder negatieve gevolgen voor de ruimtelijke kwaliteit en het milieu buiten beschouwing zijn gebleven. Ten onrechte is direct besloten tot trechtering naar oplossingen in grond (zie bijlage 1.3.) De commissie m.e.r. adviseert dan ook naar alternatieven te kijken met
open vizier. Verder moet meer informatie worden verstrekt onder andere om het belang van de omvang van de dijkversterking goed te kunnen beoordelen.


Aantasting natuurwaarden: eerst alternatieven dan pas compensatie
Uit de passende beoordeling en ander onderzoek blijkt dat het project negatieve effecten heeft op een aantal natuurwaarden. Een groot deel van het ecosysteem in de wateren langs de kust wordt vernietigd door de aanleg van vooroevers en ontgrondingswerkzaamheden. Weidevogelleefgebieden worden aangetast. Het plan steltvoor die effecten te mitigeren en compenseren. Echter, bijvoorbeeld voor de weidevogels, zijn de voorgestelde maatregelen niet effectief alleen al omdat deze te versnipperd worden uitgevoerd. Er wordt teveel vanuit een agrarische benadering gedacht.
Grotendeels vallen de aangetaste waarden onder de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen in Natura 2000. Hiervoor gelden de ABC regels. Bij aantasting moeten eerst alle alternatieven (A) onderzocht, als er geen enkel alternatief mogelijk is, dan pas kan compensatie (C) aan de orde kan komen.


Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald
Het project is complex en er ligt een enorme bulk aan informatie. Er is veel misgegaan in het ontwerpproces sinds 2006. Er is onvoldoende naar bewoners en onafhankelijke deskundigen geluisterd. Inmiddels is nieuwe kennis verkregen over innovatieve versterkingstechnieken, zijn er andere berekeningsmethoden en nieuw onderzoek, zoals naar de bewezen sterkte van dijken op veen. Er kan en moet worden gezocht naar maatwerkoplossingen.
In een petitie hebben meer dan 3000 ondertekenaars het parlement verzocht meer tijd uit te trekken voor onderzoek naar alternatieven. Dat zou niet alleen voor de veiligheid goed zijn maar ook geld kunnen besparen. We moeten weer terug naar het begin. Zoals gezegd: uitgangspunt moet de huidige dijk zijn en alle mogelijke oplossingen voor de versterking daarvan moeten met open vizier worden afgewogen. Deltacommissaris Wim Kuijken heeft met zijn team in Uitdam laten zien wat je kunt breiken als je met onafhankelijke deskundigen werkt en de bewoners wel serieus neemt. Dankzij maatwerk kan de huidige dijk behouden worden zonder in te leveren op de veiligheid en met meer draagvlak onder de bewoners.


Stichting Zuyderzeedijk
De bewoners(-groepen) uit de verschillende dorpen en stadjes aan de Markermeerdijk hebben al sinds 2015 contact en overleg met elkaar. Deze samenwerking is onlangs geformaliseerd in de Stichting Zuyderzeedijk. De Stichting komt op voor het behoud van de huidige Markermeerdijk en de ligging daarvan in het landschap. Bij versterking moet het behoud van het bestaande dijklichaam en het omliggende landschap het uitgangspunt zijn. Van daar uit moet worden gezocht naar oplossingen met een minimale impact op de verschillende waarden.


Wat nu?
HHNK en de Provincie verwerken nu de zienswijzen in een Nota van Antwoord. Dan zal blijken of zij bereid zijn het plan aan te passen en de bezwaren van de bewoners en maatschappelijke organisaties ter harte te nemen. Het is ook mogelijk dat het definitieve plan wordt uitgesteld. De Nota van Antwoord wordt nog voor de zomer verwacht. Tegen het definitieve plan kan eventueel bezwaar worden gemaakt in de vorm van beroep.
De Stichting Zuyderzeedijk en bewoners wachten het definitieve plan niet af. Zij zullen de komende maanden contact met Provinciale Statenleden en leden van het Algemeen Bestuur van het Hoogheemraadschap opnemen.